Bhagavad Gita… 15) De Eeuwige Boom van het Leven

INTRODUCTIE | Het beoefenen van de YOGA van de Bhagavad Gita
HOOFDSTUK 1 | Arjuna’s Moedeloosheid
HOOFDSTUK 2 | De Weg naar Zelfkennis
HOOFDSTUK 3 | De YOGA van Actie
HOOFDSTUK 4 | Kennis van het Afstand doen van Vruchten
HOOFDSTUK 5 | Kennis van Renunciatie en Actie
HOOFDSTUK 6 | Het Pad van Meditatie
HOOFDSTUK 7 | Kennis van het Absolute in zijn Volledigheid
HOOFDSTUK 8 | Kennis van het Eeuwige
HOOFDSTUK 9 | Kennis van het Koninklijke en Geheime Pad
HOOFDSTUK 10 | De Glorieuze Manifestaties van de Meester
HOOFDSTUK 11 | Yogisch Visioen
HOOFDSTUK 12 | De YOGA van Devotie
HOOFDSTUK 13 | Kennis van het Veld en de Kenner
HOOFDSTUK 14 | De Diepgaande Kennis van de Drie Gunas
HOOFDSTUK 15 | De Eeuwige Boom van het Leven
HOOFDSTUK 16 | De Lotsbestemming van de Verlichte Meesters en van de Onwetende
HOOFDSTUK 17 | Drie Manieren van Overtuiging
HOOFDSTUK 18 | De Wijsheid van Renunciatie en Bevrijding

EXTRA:
De 3 GUNAS zoals beschreven in de Bhagavad Gita | ALLE VERZEN

PDF “Het beoefenen van de YOGA van de Bhagavad Gita”
PDF “Schema van 3 GUNAS”

HOOFDSTUK 15 – De Eeuwige Boom van het Leven

De Gezegende Meester zei

  1. Er wordt gezegd dat er een onveranderlijke vijgenboom (ashvattha) bestaat met opwaartse wortels en neerwaartse takken en waarvan de bladeren de Vedische verzen zijn. Wie die kent, kent de Vedas.

  2. Zijn takken, gegroeid door de gunas, spreiden zich naar alle kanten uit, zijn scheuten zijn de objecten van de zintuigen; en de wortels spreiden zich verder uit naar onderen en resulteren in de gebondenheid van acties in de menselijke wereld.

  3. Zijn vorm wordt niet goed begrepen; het heeft geen einde, geen begin noch fundament. Deze boom, met zeer sterk gegroeide wortels, kan omgehakt en ontworteld worden met het sterke wapen van ongehechtheid.

  4. Deze hogere staat moet overal gezocht worden, en als die eenmaal bereikt is, dan zal men niet langer terugkeren en kunnen zeggen ‘Ik neem mijn toevlucht tot díe Purusha vanwaaruit de eeuwigdurende activiteit is begonnen’.

  5. Vrij van trots en begoocheling, de vlek van gehechtheid overwonnen, eeuwig verblijvend in spirituele kennis, vrij van verlangen, bevrijd van de tegenpolen pijn en plezier, gaan zij die niet misleid zijn naar die onvergankelijke staat.

  6. Noch de zon, noch de maan noch het vuur verlicht Dat, waarvan zij niet terug zullen keren als ze Het hebben bereikt. Dat is Mijn allerhoogste verblijf.

  7. In de wereld van levende wezens is Mijn eigen eeuwige deel de ziel (jiva) geworden; Het trekt de indriyas (zintuigen), met manas (mind) als zesde zintuig — die allen Prakriti als basis hebben — naar zich toe.

  8. Welk lichaam deze Meester ook maar aanneemt en van welk lichaam Het ook weer vertrekt, Het draagt de mind en de zintuigen in hun opslagplaats met zich mee, zoals de wind geuren met zich meedraagt.

  9. Heersend over de zintuigen van gehoor, smaak, tast, zien en geur, zowel als de mind, ervaart de ziel de objecten van de zintuigen.

  10. Of Dat nu verhuist van het ene naar het andere lichaam, verblijft in een lichaam, ervaart via een lichaam, of verenigd is met de gunas — de bedwelmden nemen Dat niet waar. Alleen zij met het oog van kennis zien werkelijk.

  11. De yogis, die moeite doen, zien dat Dat verblijft in het Zelf; de onwetenden, die het zelf niet hebben gezuiverd en geen zelf-controle hebben, zien Dat niet, ook al doen ze hun best.

  12. Het intense licht van de zon dat de gehele wereld verlicht, dat wat in de maan is zowel als in het vuur, ken dat alles als Mijn licht.

  13. De aarde binnengetreden met Mijn energie ondersteun Ik de levende wezens met Mijn energie; Ik voed ook de planten, doordat Ik soma ben geworden, wiens aard sap en smaak is.

  14. Ik, die het universele vuur is geworden in de buik, verblijf in het lichaam van de ademende wezens, verenigd met prana en apana, en verteer op vier manieren het voedsel.

  15. Ik verblijf ook in het hart van allen. Geheugen, kennis en het verlies daarvan komen van Mij. In alle Vedas ben Ik het onderwerp dat je moet kennen, Ik ben de auteur van Vedanta, en Ik alleen ben de de kenner van de Vedas.

  16. Er zijn twee eenheden in de drie werelden; het vergankelijke en het onvergankelijke. Het vergankelijke is de eenheid van het lichaam, adem, zintuigen en bewuste mind, het onvergankelijke bestaat uit de onderbewuste mind dat een eenheid vormt met het Zelf.

  17. Maar de hoogste eenheid is het Allerhoogste Zelf (Parama-atman), de Onveranderlijke Ene, dat de twee eenheden in de drie werelden is binnengegaan, en het handhaaft en onderhoudt.

  18. Omdat Ik hoger ben dan het vergankelijke en ook voorbij de onvergankelijke eenheid ben, word Ik zowel in de wereld als in de Vedas verheerlijkt als het allerhoogste Zelf.

  19. Wie vrij is van begoocheling en Mij kent als de Allerhoogste Ziel, alles-wetend, die persoon wijdt zich aan Mij met heel zijn wezen, O Afstammeling van Bharata.

  20. Ik heb je deze uiterst geheime wetenschap geleerd, O Zondeloze. Wie hiertoe ontwaakt, wordt vervuld met wijsheid, en heeft al zijn taken volbracht, O Afstammeling van Bharata.

Hier eindigt het vijftiende hoofdstuk, dat de geheime kennis uitlegt, die gegeven is aan hen die op het pad van Zelf-realisatie zijn.